Uw winkelwagentje is leeg

Winkelen

Aantal: 0

Totaal: 0,00

0

Vulkanisme

Vulkanisme

Deze animatie toont verschillende soorten vulkaanuitbarstingen.

Aardrijkskunde

Trefwoorden

vulkaan, magma mechanisme, vulkaanuitbarsting, Vulkanen, vulkanische activiteit, magma, post-vulkanische activiteit, magmakamer, platentektoniek, aardbeving, lava, formatie berg, Vesuvius, Natuurkunde, Aardrijkskunde, tektonische plaat, aardkorst, ramp

Gerelateerde items

Scènes

Vulkanen en platentektoniek

  • Afrikaanse Plaat
  • Euraziatische Plaat
  • Arabische Plaat
  • Indische Plaat
  • Noord-Amerikaanse Plaat
  • Zuid-Amerikaanse Plaat
  • Pacifische Plaat
  • Caribische Plaat
  • Cocos Plaat
  • Nazca Plaat
  • Antarctische Plaat
  • Australische Plaat
  • Filipijnse Plaat

Vulkanische activiteit is een proces waarbij magma aan het oppervlak van de aarde uit de korst wordt uitgestoten. Vulkanen ontstaan niet zomaar ergens: ze vormen lange ketens die de grenzen van tektonische platen aangeven.

Vulkanische activiteit speelt een belangrijke rol bij de vorming van bergen. Magma is roodgloeiend, gesmolten gesteente onder het aardoppervlak. Magma dat naar het oppervlak stroomt heet lava en een vulkaan wordt gevormd wanneer deze de grond bereikt. Vulkanen kunnen worden ingedeeld op basis van de soort uitbarsting, te weten explosief, effusief of gemengd.

Explosieve uitbarstingen zijn kenmerkend voor sintelkegelvulkanen. Dit type uitbarsting gaat gepaard met stoom en gassen die met enorme explosies via de krater ontsnappen naar het oppervlak. Dit resulteert in een hoge uitbarstingskolom en een pyroclastische stroom. Wind kan de aswolk over een groot gebied verspreiden. De pyroclastische stroom rolt met en hoge snelheid van de vulkanische kegel. Dit is de meest verwoestende soort vulkaanuitbarsting. Krakatoa, Mt. Pelée en Mt. St. Helens zijn de bekendste voorbeelden van vulkanen waar dit soort uitbarsting optreedt.

Effusieve uitbarstingen zijn kenmerkend voor schildvulkanen. Dit type uitbarsting gaat niet gepaard met explosies of een pyroclastische stroom: de enige stof die naar het oppervlakte stijgt is vloeibare lava. Zodra de lava stolt ontstaat een vulkaan. Voorbeelden van vulkanen waar effusieve uitbarstingen optreden zijn de Mauna Kea en de Mauna Loa, beide op de Hawaiiaanse eilanden.

Gemengde uitbarstingen zijn kenmerkend voor stratovulkanen. Dit type uitbarsting gaat gepaard met explosies en lavastromen. De vulkanische kegel bestaat uit afwisselende lagen van tefra, ofwel fragmenten, en gestolde lava. De bekendste voorbeelden van stratovulkanen zijn de Stromboli, de Etna en de Cotopaxi.

Na vulkaanuitbarstingen kan er ook postvulkanische activiteit worden waargenomen, die voornamelijk bestaat uit stoom en gassen die weer bestaan uit verschillende chemische stoffen. De openingen die deze chemische stoffen uitgestoten worden fumarolen genoemd.

Een fumarole in de aardkorst die zwavelhoudende gassen uitstoot noemt men een solfatara.

Een mofetta is een opening in de aardkorst die kooldioxide afvoert. Een mofetta kan 'droog' worden genoemd als het kooldioxide bevat, of 'nat' als het koolzuurhoudend water bevat.

Een geiser is een bron die periodiek warm water loost. Dit gebeurt doordat er water insijpelt dat zich vervolgens verzamelt in kleine holtes onder de grond, begint te koken door de warmte van de magma en ten slotte uitbarst.

Vulkanische activiteit in kleigebieden wordt begeleid door 'moddervulkanen', waar gassen door vloeibare modder vrijkomen als bubbels.

De meest verwoestende vulkaanuitbarstingen stoten grote hoeveelheden tefra uit.

Tijdens de uitbarsting van de Krakatoa in 1883 werd 18 kubieke kilometer tefra uitgespuwd, terwijl tijdens de uitbarsting van de vulkaan Tambora in 1815, een van de meest krachtige uitbarstingen in de geschiedenis, in totaal 80 kubieke kilometer van deze tefra werd uitgespuwd over een groot gebied.

Zulke krachtige uitbarstingen hebben een wereldwijde impact op de atmosfeer van de Aarde, het klimaat en de natuur.

De grootste vulkaanuitbarstingen

  • Mauna Kea
  • Mauna Loa
  • Novarupta
  • Mount Saint Helens
  • Santa Maria
  • Cotopaxi
  • Mont Pelée
  • La Soufrière
  • Vesuvius
  • Stromboli
  • Etna
  • Kolumbo
  • Piton de la Fournaise
  • Bandai San
  • Pinatubo
  • Krakatau
  • Tambora
  • Tarawera

Vulkanische activiteit is een proces waarbij magma aan het oppervlak van de aarde uit de korst wordt uitgestoten. Vulkanen ontstaan niet zomaar ergens: ze vormen lange ketens die de grenzen van tektonische platen aangeven.

Vulkanische activiteit speelt een belangrijke rol bij de vorming van bergen. Magma is roodgloeiend, gesmolten gesteente onder het aardoppervlak. Magma dat naar het oppervlak stroomt heet lava en een vulkaan wordt gevormd wanneer deze de grond bereikt. Vulkanen kunnen worden ingedeeld op basis van de soort uitbarsting, te weten explosief, effusief of gemengd.

Explosieve uitbarstingen zijn kenmerkend voor sintelkegelvulkanen. Dit type uitbarsting gaat gepaard met stoom en gassen die met enorme explosies via de krater ontsnappen naar het oppervlak. Dit resulteert in een hoge uitbarstingskolom en een pyroclastische stroom. Wind kan de aswolk over een groot gebied verspreiden. De pyroclastische stroom rolt met en hoge snelheid van de vulkanische kegel. Dit is de meest verwoestende soort vulkaanuitbarsting. Krakatoa, Mt. Pelée en Mt. St. Helens zijn de bekendste voorbeelden van vulkanen waar dit soort uitbarsting optreedt.

Effusieve uitbarstingen zijn kenmerkend voor schildvulkanen. Dit type uitbarsting gaat niet gepaard met explosies of een pyroclastische stroom: de enige stof die naar het oppervlakte stijgt is vloeibare lava. Zodra de lava stolt ontstaat een vulkaan. Voorbeelden van vulkanen waar effusieve uitbarstingen optreden zijn de Mauna Kea en de Mauna Loa, beide op de Hawaiiaanse eilanden.

Gemengde uitbarstingen zijn kenmerkend voor stratovulkanen. Dit type uitbarsting gaat gepaard met explosies en lavastromen. De vulkanische kegel bestaat uit afwisselende lagen van tefra, ofwel fragmenten, en gestolde lava. De bekendste voorbeelden van stratovulkanen zijn de Stromboli, de Etna en de Cotopaxi.

Na vulkaanuitbarstingen kan er ook postvulkanische activiteit worden waargenomen, die voornamelijk bestaat uit stoom en gassen die weer bestaan uit verschillende chemische stoffen. De openingen die deze chemische stoffen uitgestoten worden fumarolen genoemd.

Een fumarole in de aardkorst die zwavelhoudende gassen uitstoot noemt men een solfatara.

Een mofetta is een opening in de aardkorst die kooldioxide afvoert. Een mofetta kan 'droog' worden genoemd als het kooldioxide bevat, of 'nat' als het koolzuurhoudend water bevat.

Een geiser is een bron die periodiek warm water loost. Dit gebeurt doordat er water insijpelt dat zich vervolgens verzamelt in kleine holtes onder de grond, begint te koken door de warmte van de magma en ten slotte uitbarst.

Vulkanische activiteit in kleigebieden wordt begeleid door 'moddervulkanen', waar gassen door vloeibare modder vrijkomen als bubbels.

De meest verwoestende vulkaanuitbarstingen stoten grote hoeveelheden tefra uit.

Tijdens de uitbarsting van de Krakatoa in 1883 werd 18 kubieke kilometer tefra uitgespuwd, terwijl tijdens de uitbarsting van de vulkaan Tambora in 1815, een van de meest krachtige uitbarstingen in de geschiedenis, in totaal 80 kubieke kilometer van deze tefra werd uitgespuwd over een groot gebied.

Zulke krachtige uitbarstingen hebben een wereldwijde impact op de atmosfeer van de Aarde, het klimaat en de natuur.

Explosieve uitbarsting

  • aswolk
  • krater
  • pyroclastische stroom

Vulkanische activiteit is een proces waarbij magma aan het oppervlak van de aarde uit de korst wordt uitgestoten. Vulkanen ontstaan niet zomaar ergens: ze vormen lange ketens die de grenzen van tektonische platen aangeven.

Vulkanische activiteit speelt een belangrijke rol bij de vorming van bergen. Magma is roodgloeiend, gesmolten gesteente onder het aardoppervlak. Magma dat naar het oppervlak stroomt heet lava en een vulkaan wordt gevormd wanneer deze de grond bereikt. Vulkanen kunnen worden ingedeeld op basis van de soort uitbarsting, te weten explosief, effusief of gemengd.

Explosieve uitbarstingen zijn kenmerkend voor sintelkegelvulkanen. Dit type uitbarsting gaat gepaard met stoom en gassen die met enorme explosies via de krater ontsnappen naar het oppervlak. Dit resulteert in een hoge uitbarstingskolom en een pyroclastische stroom. Wind kan de aswolk over een groot gebied verspreiden. De pyroclastische stroom rolt met en hoge snelheid van de vulkanische kegel. Dit is de meest verwoestende soort vulkaanuitbarsting. Krakatoa, Mt. Pelée en Mt. St. Helens zijn de bekendste voorbeelden van vulkanen waar dit soort uitbarsting optreedt.

Effusieve uitbarstingen zijn kenmerkend voor schildvulkanen. Dit type uitbarsting gaat niet gepaard met explosies of een pyroclastische stroom: de enige stof die naar het oppervlakte stijgt is vloeibare lava. Zodra de lava stolt ontstaat een vulkaan. Voorbeelden van vulkanen waar effusieve uitbarstingen optreden zijn de Mauna Kea en de Mauna Loa, beide op de Hawaiiaanse eilanden.

Gemengde uitbarstingen zijn kenmerkend voor stratovulkanen. Dit type uitbarsting gaat gepaard met explosies en lavastromen. De vulkanische kegel bestaat uit afwisselende lagen van tefra, ofwel fragmenten, en gestolde lava. De bekendste voorbeelden van stratovulkanen zijn de Stromboli, de Etna en de Cotopaxi.

Na vulkaanuitbarstingen kan er ook postvulkanische activiteit worden waargenomen, die voornamelijk bestaat uit stoom en gassen die weer bestaan uit verschillende chemische stoffen. De openingen die deze chemische stoffen uitgestoten worden fumarolen genoemd.

Een fumarole in de aardkorst die zwavelhoudende gassen uitstoot noemt men een solfatara.

Een mofetta is een opening in de aardkorst die kooldioxide afvoert. Een mofetta kan 'droog' worden genoemd als het kooldioxide bevat, of 'nat' als het koolzuurhoudend water bevat.

Een geiser is een bron die periodiek warm water loost. Dit gebeurt doordat er water insijpelt dat zich vervolgens verzamelt in kleine holtes onder de grond, begint te koken door de warmte van de magma en ten slotte uitbarst.

Vulkanische activiteit in kleigebieden wordt begeleid door 'moddervulkanen', waar gassen door vloeibare modder vrijkomen als bubbels.

De meest verwoestende vulkaanuitbarstingen stoten grote hoeveelheden tefra uit.

Tijdens de uitbarsting van de Krakatoa in 1883 werd 18 kubieke kilometer tefra uitgespuwd, terwijl tijdens de uitbarsting van de vulkaan Tambora in 1815, een van de meest krachtige uitbarstingen in de geschiedenis, in totaal 80 kubieke kilometer van deze tefra werd uitgespuwd over een groot gebied.

Zulke krachtige uitbarstingen hebben een wereldwijde impact op de atmosfeer van de Aarde, het klimaat en de natuur.

Effusieve uitbarsting

  • krater
  • lavastroom

Vulkanische activiteit is een proces waarbij magma aan het oppervlak van de aarde uit de korst wordt uitgestoten. Vulkanen ontstaan niet zomaar ergens: ze vormen lange ketens die de grenzen van tektonische platen aangeven.

Vulkanische activiteit speelt een belangrijke rol bij de vorming van bergen. Magma is roodgloeiend, gesmolten gesteente onder het aardoppervlak. Magma dat naar het oppervlak stroomt heet lava en een vulkaan wordt gevormd wanneer deze de grond bereikt. Vulkanen kunnen worden ingedeeld op basis van de soort uitbarsting, te weten explosief, effusief of gemengd.

Explosieve uitbarstingen zijn kenmerkend voor sintelkegelvulkanen. Dit type uitbarsting gaat gepaard met stoom en gassen die met enorme explosies via de krater ontsnappen naar het oppervlak. Dit resulteert in een hoge uitbarstingskolom en een pyroclastische stroom. Wind kan de aswolk over een groot gebied verspreiden. De pyroclastische stroom rolt met en hoge snelheid van de vulkanische kegel. Dit is de meest verwoestende soort vulkaanuitbarsting. Krakatoa, Mt. Pelée en Mt. St. Helens zijn de bekendste voorbeelden van vulkanen waar dit soort uitbarsting optreedt.

Effusieve uitbarstingen zijn kenmerkend voor schildvulkanen. Dit type uitbarsting gaat niet gepaard met explosies of een pyroclastische stroom: de enige stof die naar het oppervlakte stijgt is vloeibare lava. Zodra de lava stolt ontstaat een vulkaan. Voorbeelden van vulkanen waar effusieve uitbarstingen optreden zijn de Mauna Kea en de Mauna Loa, beide op de Hawaiiaanse eilanden.

Gemengde uitbarstingen zijn kenmerkend voor stratovulkanen. Dit type uitbarsting gaat gepaard met explosies en lavastromen. De vulkanische kegel bestaat uit afwisselende lagen van tefra, ofwel fragmenten, en gestolde lava. De bekendste voorbeelden van stratovulkanen zijn de Stromboli, de Etna en de Cotopaxi.

Na vulkaanuitbarstingen kan er ook postvulkanische activiteit worden waargenomen, die voornamelijk bestaat uit stoom en gassen die weer bestaan uit verschillende chemische stoffen. De openingen die deze chemische stoffen uitgestoten worden fumarolen genoemd.

Een fumarole in de aardkorst die zwavelhoudende gassen uitstoot noemt men een solfatara.

Een mofetta is een opening in de aardkorst die kooldioxide afvoert. Een mofetta kan 'droog' worden genoemd als het kooldioxide bevat, of 'nat' als het koolzuurhoudend water bevat.

Een geiser is een bron die periodiek warm water loost. Dit gebeurt doordat er water insijpelt dat zich vervolgens verzamelt in kleine holtes onder de grond, begint te koken door de warmte van de magma en ten slotte uitbarst.

Vulkanische activiteit in kleigebieden wordt begeleid door 'moddervulkanen', waar gassen door vloeibare modder vrijkomen als bubbels.

De meest verwoestende vulkaanuitbarstingen stoten grote hoeveelheden tefra uit.

Tijdens de uitbarsting van de Krakatoa in 1883 werd 18 kubieke kilometer tefra uitgespuwd, terwijl tijdens de uitbarsting van de vulkaan Tambora in 1815, een van de meest krachtige uitbarstingen in de geschiedenis, in totaal 80 kubieke kilometer van deze tefra werd uitgespuwd over een groot gebied.

Zulke krachtige uitbarstingen hebben een wereldwijde impact op de atmosfeer van de Aarde, het klimaat en de natuur.

Gemengde uitbarsting

  • buis
  • krater
  • lavastroom

Vulkanische activiteit is een proces waarbij magma aan het oppervlak van de aarde uit de korst wordt uitgestoten. Vulkanen ontstaan niet zomaar ergens: ze vormen lange ketens die de grenzen van tektonische platen aangeven.

Vulkanische activiteit speelt een belangrijke rol bij de vorming van bergen. Magma is roodgloeiend, gesmolten gesteente onder het aardoppervlak. Magma dat naar het oppervlak stroomt heet lava en een vulkaan wordt gevormd wanneer deze de grond bereikt. Vulkanen kunnen worden ingedeeld op basis van de soort uitbarsting, te weten explosief, effusief of gemengd.

Explosieve uitbarstingen zijn kenmerkend voor sintelkegelvulkanen. Dit type uitbarsting gaat gepaard met stoom en gassen die met enorme explosies via de krater ontsnappen naar het oppervlak. Dit resulteert in een hoge uitbarstingskolom en een pyroclastische stroom. Wind kan de aswolk over een groot gebied verspreiden. De pyroclastische stroom rolt met en hoge snelheid van de vulkanische kegel. Dit is de meest verwoestende soort vulkaanuitbarsting. Krakatoa, Mt. Pelée en Mt. St. Helens zijn de bekendste voorbeelden van vulkanen waar dit soort uitbarsting optreedt.

Effusieve uitbarstingen zijn kenmerkend voor schildvulkanen. Dit type uitbarsting gaat niet gepaard met explosies of een pyroclastische stroom: de enige stof die naar het oppervlakte stijgt is vloeibare lava. Zodra de lava stolt ontstaat een vulkaan. Voorbeelden van vulkanen waar effusieve uitbarstingen optreden zijn de Mauna Kea en de Mauna Loa, beide op de Hawaiiaanse eilanden.

Gemengde uitbarstingen zijn kenmerkend voor stratovulkanen. Dit type uitbarsting gaat gepaard met explosies en lavastromen. De vulkanische kegel bestaat uit afwisselende lagen van tefra, ofwel fragmenten, en gestolde lava. De bekendste voorbeelden van stratovulkanen zijn de Stromboli, de Etna en de Cotopaxi.

Na vulkaanuitbarstingen kan er ook postvulkanische activiteit worden waargenomen, die voornamelijk bestaat uit stoom en gassen die weer bestaan uit verschillende chemische stoffen. De openingen die deze chemische stoffen uitgestoten worden fumarolen genoemd.

Een fumarole in de aardkorst die zwavelhoudende gassen uitstoot noemt men een solfatara.

Een mofetta is een opening in de aardkorst die kooldioxide afvoert. Een mofetta kan 'droog' worden genoemd als het kooldioxide bevat, of 'nat' als het koolzuurhoudend water bevat.

Een geiser is een bron die periodiek warm water loost. Dit gebeurt doordat er water insijpelt dat zich vervolgens verzamelt in kleine holtes onder de grond, begint te koken door de warmte van de magma en ten slotte uitbarst.

Vulkanische activiteit in kleigebieden wordt begeleid door 'moddervulkanen', waar gassen door vloeibare modder vrijkomen als bubbels.

De meest verwoestende vulkaanuitbarstingen stoten grote hoeveelheden tefra uit.

Tijdens de uitbarsting van de Krakatoa in 1883 werd 18 kubieke kilometer tefra uitgespuwd, terwijl tijdens de uitbarsting van de vulkaan Tambora in 1815, een van de meest krachtige uitbarstingen in de geschiedenis, in totaal 80 kubieke kilometer van deze tefra werd uitgespuwd over een groot gebied.

Zulke krachtige uitbarstingen hebben een wereldwijde impact op de atmosfeer van de Aarde, het klimaat en de natuur.

Postvulkanische activiteit

  • fumarole
  • geiser
  • zwavelbron
  • mofetta
  • moddervulkaan

Vulkanische activiteit is een proces waarbij magma aan het oppervlak van de aarde uit de korst wordt uitgestoten. Vulkanen ontstaan niet zomaar ergens: ze vormen lange ketens die de grenzen van tektonische platen aangeven.

Vulkanische activiteit speelt een belangrijke rol bij de vorming van bergen. Magma is roodgloeiend, gesmolten gesteente onder het aardoppervlak. Magma dat naar het oppervlak stroomt heet lava en een vulkaan wordt gevormd wanneer deze de grond bereikt. Vulkanen kunnen worden ingedeeld op basis van de soort uitbarsting, te weten explosief, effusief of gemengd.

Explosieve uitbarstingen zijn kenmerkend voor sintelkegelvulkanen. Dit type uitbarsting gaat gepaard met stoom en gassen die met enorme explosies via de krater ontsnappen naar het oppervlak. Dit resulteert in een hoge uitbarstingskolom en een pyroclastische stroom. Wind kan de aswolk over een groot gebied verspreiden. De pyroclastische stroom rolt met en hoge snelheid van de vulkanische kegel. Dit is de meest verwoestende soort vulkaanuitbarsting. Krakatoa, Mt. Pelée en Mt. St. Helens zijn de bekendste voorbeelden van vulkanen waar dit soort uitbarsting optreedt.

Effusieve uitbarstingen zijn kenmerkend voor schildvulkanen. Dit type uitbarsting gaat niet gepaard met explosies of een pyroclastische stroom: de enige stof die naar het oppervlakte stijgt is vloeibare lava. Zodra de lava stolt ontstaat een vulkaan. Voorbeelden van vulkanen waar effusieve uitbarstingen optreden zijn de Mauna Kea en de Mauna Loa, beide op de Hawaiiaanse eilanden.

Gemengde uitbarstingen zijn kenmerkend voor stratovulkanen. Dit type uitbarsting gaat gepaard met explosies en lavastromen. De vulkanische kegel bestaat uit afwisselende lagen van tefra, ofwel fragmenten, en gestolde lava. De bekendste voorbeelden van stratovulkanen zijn de Stromboli, de Etna en de Cotopaxi.

Na vulkaanuitbarstingen kan er ook postvulkanische activiteit worden waargenomen, die voornamelijk bestaat uit stoom en gassen die weer bestaan uit verschillende chemische stoffen. De openingen die deze chemische stoffen uitgestoten worden fumarolen genoemd.

Een fumarole in de aardkorst die zwavelhoudende gassen uitstoot noemt men een solfatara.

Een mofetta is een opening in de aardkorst die kooldioxide afvoert. Een mofetta kan 'droog' worden genoemd als het kooldioxide bevat, of 'nat' als het koolzuurhoudend water bevat.

Een geiser is een bron die periodiek warm water loost. Dit gebeurt doordat er water insijpelt dat zich vervolgens verzamelt in kleine holtes onder de grond, begint te koken door de warmte van de magma en ten slotte uitbarst.

Vulkanische activiteit in kleigebieden wordt begeleid door 'moddervulkanen', waar gassen door vloeibare modder vrijkomen als bubbels.

De meest verwoestende vulkaanuitbarstingen stoten grote hoeveelheden tefra uit.

Tijdens de uitbarsting van de Krakatoa in 1883 werd 18 kubieke kilometer tefra uitgespuwd, terwijl tijdens de uitbarsting van de vulkaan Tambora in 1815, een van de meest krachtige uitbarstingen in de geschiedenis, in totaal 80 kubieke kilometer van deze tefra werd uitgespuwd over een groot gebied.

Zulke krachtige uitbarstingen hebben een wereldwijde impact op de atmosfeer van de Aarde, het klimaat en de natuur.

Gesproken tekst

Vulkanische activiteit is een proces waarbij magma aan het oppervlak van de aarde uit de korst wordt uitgestoten. Vulkanen ontstaan niet zomaar ergens: ze vormen lange ketens die de grenzen van tektonische platen aangeven.

Vulkanische activiteit speelt een belangrijke rol bij de vorming van bergen. Magma is roodgloeiend, gesmolten gesteente onder het aardoppervlak. Magma dat naar het oppervlak stroomt heet lava en een vulkaan wordt gevormd wanneer deze de grond bereikt. Vulkanen kunnen worden ingedeeld op basis van de soort uitbarsting, te weten explosief, effusief of gemengd.

Explosieve uitbarstingen zijn kenmerkend voor sintelkegelvulkanen. Dit type uitbarsting gaat gepaard met stoom en gassen die met enorme explosies via de krater ontsnappen naar het oppervlak. Dit resulteert in een hoge uitbarstingskolom en een pyroclastische stroom. Wind kan de aswolk over een groot gebied verspreiden. De pyroclastische stroom rolt met en hoge snelheid van de vulkanische kegel. Dit is de meest verwoestende soort vulkaanuitbarsting. Krakatoa, Mt. Pelée en Mt. St. Helens zijn de bekendste voorbeelden van vulkanen waar dit soort uitbarsting optreedt.

Effusieve uitbarstingen zijn kenmerkend voor schildvulkanen. Dit type uitbarsting gaat niet gepaard met explosies of een pyroclastische stroom: de enige stof die naar het oppervlakte stijgt is vloeibare lava. Zodra de lava stolt ontstaat een vulkaan. Voorbeelden van vulkanen waar effusieve uitbarstingen optreden zijn de Mauna Kea en de Mauna Loa, beide op de Hawaiiaanse eilanden.

Gemengde uitbarstingen zijn kenmerkend voor stratovulkanen. Dit type uitbarsting gaat gepaard met explosies en lavastromen. De vulkanische kegel bestaat uit afwisselende lagen van tefra, ofwel fragmenten, en gestolde lava. De bekendste voorbeelden van stratovulkanen zijn de Stromboli, de Etna en de Cotopaxi.

Na vulkaanuitbarstingen kan er ook postvulkanische activiteit worden waargenomen, die voornamelijk bestaat uit stoom en gassen die weer bestaan uit verschillende chemische stoffen. De openingen die deze chemische stoffen uitgestoten worden fumarolen genoemd.

Een fumarole in de aardkorst die zwavelhoudende gassen uitstoot noemt men een solfatara.

Een mofetta is een opening in de aardkorst die kooldioxide afvoert. Een mofetta kan 'droog' worden genoemd als het kooldioxide bevat, of 'nat' als het koolzuurhoudend water bevat.

Een geiser is een bron die periodiek warm water loost. Dit gebeurt doordat er water insijpelt dat zich vervolgens verzamelt in kleine holtes onder de grond, begint te koken door de warmte van de magma en ten slotte uitbarst.

Vulkanische activiteit in kleigebieden wordt begeleid door 'moddervulkanen', waar gassen door vloeibare modder vrijkomen als bubbels.

De meest verwoestende vulkaanuitbarstingen stoten grote hoeveelheden tefra uit.

Tijdens de uitbarsting van de Krakatoa in 1883 werd 18 kubieke kilometer tefra uitgespuwd, terwijl tijdens de uitbarsting van de vulkaan Tambora in 1815, een van de meest krachtige uitbarstingen in de geschiedenis, in totaal 80 kubieke kilometer van deze tefra werd uitgespuwd over een groot gebied.

Zulke krachtige uitbarstingen hebben een wereldwijde impact op de atmosfeer van de Aarde, het klimaat en de natuur.

Gerelateerde items

Aardrijkskunde

De animatie toont de grootste bergen, vlakten, rivieren, meren en woestijnen van de wereld.

Het broeikaseffect

Het broeikaseffect wordt versterkt door menselijke activiteit en leidt tot opwarming van...

De watercyclus (gemiddeld niveau)

Water op aarde is in een voortdurende staat van verandering. De watercyclus omvat...

Rivieren en landvormen

Rivieren spelen een belangrijke rol bij het vormen van het aardoppervlak: ze veroorzaken...

Factoren van verwarming

De duur van de instraling, de hoek van de zonnestralen en de albedo (het weerkaatsingsvermogen)...

Melkweg

De diameter van ons melkwegstelsel is ongeveer 100.000 lichtjaar; het bevat meer dan 100...

De vorming en de werking van stratovulkanen

Stratovulkanen bestaan ​​uit lagen vulkanische as, puin en lava.

De Afrikaanse savanne

De grootste aaneengesloten savanne ter wereld ligt in Afrika. Ongeveer een derde van het...

Added to your cart.