Uw winkelwagentje is leeg

Winkelen

Aantal: 0

Totaal: 0,00

0

Types transport

Types transport

Deze animatie toont de actieve en passieve transportprocessen tussen celmembranen.

Biologie

Trefwoorden

membraan transport, transport, celmembraan, passief transport, actief transport, Diffusie, kanaal eiwit, transportmolecuul, symport, antiport, uniport, concentratiegradiënt, ADP, ATP, cytologie, Biologie

Gerelateerde items

Vragen

  • Wat klopt met betrekking tot de natrium-glucose transporter?
  • Wat klopt met betrekking tot de natrium-kalium pomp?
  • Welk type transportproces zie je niet in de animatie?
  • Welk type transportproces zie je in de animatie?
  • Welk type transporter zie je in de animatie?
  • Welk type transporter zie je NIET in de animatie?
  • Wat klopt met betrekking tot dit transportsysteem?
  • Wat is waar met betrekking tot dit transportsysteem?
  • Dit transportsysteem zorgt voor...
  • Dit transportsysteem zorgt...
  • Hoe wordt K+ vervoert in dit transportsysteem?
  • Dit transportsysteem zorgt voor...
  • De absorptie van glucose...

Scènes

Passief transport

  • hogere concentratie
  • lagere concentratie
  • celmembraan - Dubbel lipidenmembraan met een niet-polaire centrale laag waarin apolaire substanties oplossen. Kleine apolaire moleculen (zoals O₂, CO₂, steroïden) diffunderen door de tijdelijke poriën die openen door de thermische beweging van lipidemoleculen.

Actief transport

  • hogere concentratie
  • lagere concentratie
  • ATP
  • ADP
  • fosfaat
  • transporter (uniporter) - In transport dat door uniporters wordt gekatalyseerd wordt slechts één molecuul vervoert. Actief transport vindt plaats richting de hogere concentratie, hetgeen energie vergt, die geleverd wordt door ATP.

Animatie

  • hogere concentratie
  • lagere concentratie
  • celmembraan - Dubbel lipidenmembraan met een niet-polaire centrale laag waarin apolaire substanties oplossen. Kleine apolaire moleculen (zoals O₂, CO₂, steroïden) diffunderen door de tijdelijke poriën die openen door de thermische beweging van lipidemoleculen.
  • hogere concentratie
  • lagere concentratie
  • dragermolecuul - Vervoert moleculen die anders niet door het dubbele lipidenmembraan kunnen. Dit zijn polaire moleculen, ionen en grote moleculen.
  • hogere concentratie
  • lagere concentratie
  • ligand - Moleculen die ionkanalen openen door aan ze te binden. Deze liganden zijn neurotransmitters in het zenuwstelsel. Ze openen ionkanalen en veranderen daarmee de elektrische eigenschappen van het membraan.
  • kanaaleiwit - Polaire moleculen en ionen die niet oplosbaar zijn in het lipidenmembraan gaan hierdoor heen. Ionkanalen zijn meestal te openen en te sluiten. De open of gesloten toestand van bepaalde kanalen hangt af van ligandbindingen (zoals hormonen, neurotransmitters). Bij andere kanalen hangt dit af van de elektrische eigenschappen van het membraan. Dit worden spanningsafhankelijke ionkanalen genoemd. De eerder genoemde zijn ligandafhankelijke kanalen. Actiepotentialen in neuronen worden gegenereerd door speciale types spanningsafhankelijke ionkanalen.
  • hogere concentratie
  • lagere concentratie
  • ATP
  • ADP
  • fosfaat
  • transporter (uniporter) - In transport dat door uniporters wordt gekatalyseerd wordt slechts één molecuul vervoert. Actief transport vindt plaats richting de hogere concentratie, hetgeen energie vergt, die geleverd wordt door ATP.
  • 'A'-deeltje - De actieve transporter verzamelt ze aan één zijde van het membraan. Dan gaat er één passief door de co-transporter en neemt een 'B'-deeltje mee. Daarom wordt het 'B'-deeltje tegen de concentratiegradiënt in vervoerd.
  • 'B'-deeltje - Eén zo'n deeltje wordt passief door het membraan vervoerd, tegen de concentratiegradiënt in. Om dit mogelijk te maken moet er ook een 'A'-deeltje door de co-transporter vervoerd worden. Hiervoor zijn 'A'-deeltjes aan een zijde van het membraan nodig, door een actieve transporter verzameld.
  • ATP
  • ADP
  • fosfaat
  • actieve transporter - Creëert een concentratieverschil van 'A'-deeltjes. Omdat de deeltjes aan één zijde van het membraan verzameld worden vergt het transport energie, die geleverd wordt door ATP.
  • co-transporter - Vervoert een 'A'-deeltje en een 'B'-deeltje tegelijkertijd in één bepaalde richting. De 'A'-deeltjes, verzameld door de actieve transporter, gaan door de co-transporter met de concentratiegradiënt mee en dragen elk een ander deeltje dat daarmee tegen de concentratiegradiënt in vervoerd wordt. Daarom is voor dit transport indirect ATP nodig, zodat de actieve transporter een concentratieverschil kan creëren.
  • 'A'-deeltje - De actieve transporter verzamelt ze aan één zijde van het membraan. Dan gaat er één passief door de co-transporter waarbij een 'B'-deeltje meegenomen wordt. Het 'B'-deeltje wordt daarom tegen de concentratiegradiënt in vervoerd.
  • 'B'-deeltje - Eén zo'n deeltje wordt passief door het membraan vervoerd, tegen de concentratiegradiënt in. Hiervoor moet ook een 'A'-deeltje de co-transporter doordringen, waarvoor op zijn beurt de ophoping van 'A'-deeltjes aan één zijde van het membraan nodig is.
  • ATP
  • ADP
  • fosfaat
  • actieve transporter - Creëert een concentratieverschil van 'A'-deeltjes. Omdat de deeltjes aan één zijde van het membraan verzameld worden kost het transport energie, die geleverd wordt door ATP.
  • counter-transporter - Vervoert tegelijkertijd een 'A'-deeltje en een 'B'-deeltje in tegenovergestelde richting. De 'A'-deeltjes, verzameld door de actieve transporter, gaan door de counter-transporter met de concentratiegradiënt mee, terwijl een ander deeltje in de tegenovergestelde richting gaat. Dit transport kost alleen indirect ATP omdat de actieve transporter een concentratieverschil creëert.

Gesproken tekst

Het absorberen en afgeven van bepaalde stoffen vindt plaats door middel van celmembranen. De twee basisprincipes van deze processen zijn het passief transport en het actief transport. Voor die laatste is energie van buitenaf nodig.

Tijdens het passief transport stromen deeltjes richting de lage concentratie. Hier is geen energietoevoer voor nodig.
De eenvoudigste manier van passief transport is simpele diffusie. Deeltjes passeren de dubbele lipidenlaag langs de concentratiegradiënt. In de centrale, apolaire laag van het membraan lossen apolaire deeltjes op. Apolaire moleculen, zoals zuurstof, koolstofdioxide en steroïden zijn daarom in staat tot simpele diffusie. Kleine polaire moleculen zoals water kunnen ook het membraan passeren. Dit doen ze met behulp van de tijdelijke poriën die zich openen door de thermische beweging van lipidemoleculen.

Drager-moleculen maken het transport van deeltjes richting de lagere concentratie mogelijk. Deze deeltjes zouden anders niet (of niet gemakkelijk) de dubbele lipidenlaag kunnen doordringen vanwege hun formaat of hydrofobiciteit. Drager-moleculen bevatten polaire moleculen, ionen en grote moleculen.

Het membraan bevat ook kanaaleiwitten die open of gesloten kunnen zijn. Als een geschikte ligand zich hecht, gaat het kanaal open. Het transporteert polaire moleculen en ionen die anders de lipidenlaag van het membraan niet kunnen doordringen. Kanalen zorgen voor sneller transport dan drager-moleculen, maar ze zijn minder selectief. Ionkanalen spelen een belangrijke rol bij de elektrische activiteit van neuronen.

Processen van actief transport vergen energie omdat de deeltjes tegen de concentratiegradiënt in worden vervoerd en ze worden verzameld aan één kant van het membraan. De benodigde energie wordt geleverd door de afbraak van ATP.

De eenvoudigste manier van actief transport is een uniport: een uniporter vervoert één deeltje richting de hogere concentratie. Dit kost energie, oftewel ATP. ATP wordt afgebroken tot ADP en fosfaat, waarbij energie vrijkomt.

Tijdens secundair actief transport creëert de actieve transporter een verschil in de concentratie van deeltje 'A' met behulp van ATP. Een andere transporter maakt het de verzamelde 'A'-deeltjes mogelijk om het membraan te doordringen. 'B'-deeltjes worden tegen de concentratiegradiënt in vervoerd. Het transport van 'B'-deeltjes heeft daarom indirect ATP nodig. Co-transporters vervoeren 'A'- en 'B'-deeltjes één kant op.

Een ander type van secundair actief transport wordt counter-transport genoemd. Tijdens dit proces zorgt de actieve transporter met behulp van ATP voor een verschil in de concentratie van deeltje 'A'. De counter-transporter laat 'A'-deeltjes door tot het membraan met de concentratiegradiënt mee, terwijl het 'B'-deeltjes toestaat tegen de concentratiegradiënt in te bewegen. Het transport van 'B'-deeltjes heeft daarom indirect ATP nodig. Counter-transporters vervoeren 'A'- en 'B'-deeltjes in tegenovergestelde richting.

Gerelateerde items

De functie van enzymen

Enzymen zijn eiwitmoleculen die biochemische reacties katalyseren. De functie van deze enzymen kan gereguleerd worden.

Dierlijke en plantaardige cellen, organellen

Eukaryotische cellen bevatten talrijke organellen.

Synaptische transmissie

Neuronen dragen elektrische signalen over via chemische en elektrische synapsen.

Fotosynthese

Planten zijn in staat om organische suiker van anorganisch materiaal (kooldioxide en water) te maken.

Fotosynthese (basisniveau)

Planten zijn in staat om organische suiker van anorganisch materiaal (kooldioxide en water) te maken.

De structuur van eiwitten

De structuur en samenstelling van polypeptideketens beïnvloedt de ruimtelijke structuur van eiwitten.

Elektrisch geleidingssysteem van het hart

Ons hart genereert zelf de elektrische signalen die nodig zijn voor voor zijn werking. De grafische voorstelling van de elektrische activiteit van het hart...

Oliemolecuul

Triglyceriden met onverzadigde vetzuren zijn vloeibaar bij kamertemperatuur.

Vetmolecuul

Drie verzadigde vetzuurmoleculen die verbonden zijn aan een glycerolmolecuul.

ADP, ATP

ATP is de belangrijkste bron van energie voor cellen.

Anatomie van de dunne darm

Het langste deel van het spijsverteringsstelsel, waar het merendeel van de spijsvertering en de opname van voedingsstoffen plaatsvindt.

Added to your cart.