Uw winkelwagentje is leeg

Winkelen

Aantal: 0

Totaal: 0,00

0

De structuur van prokaryote en eukaryote cellen

De structuur van prokaryote en eukaryote cellen

Er zijn twee celbasistypes: prokaryote en eukaryote cellen.

Biologie

Trefwoorden

cel, kern, bacterie, flagellum, cilium, celwand, plasmide, kernmembraan, cytoskelet, endoplasmatisch reticulum, polysaccharide, peptide, DNA, chromosome

Gerelateerde items

Scènes

Afmetingen

  • prokaryote cel
  • afmeting: 0,1-10,0 μm
  • Eukaryote cel
  • afmeting: 10-100 μm

Elk levend organisme op aarde bestaat uit een of meer cellen. Op basis van hun celstructuur kunnen organismen worden ingedeeld als prokaryoten en eukaryoten.

Prokaryoten zijn eencellige organismen die geen celkern hebben, terwijl de cellen van eukaryoten een celkern hebben die is omgeven door een membraan.

Prokaryote en eukaryote cellen zijn in diverse opzichten verschillend, bijv. wat betreft grootte en structuur: prokaryote cellen zijn ongeveer tien keer zo klein dan eukaryote cellen en zijn veel eenvoudiger opgebouwd.

Prokaryote cel

  • prokaryote cel
  • celwand - Op basis van hun type celwand zijn bacteriën gramnegatief of grampositief. De basis van dit onderscheid is dat gramkleuring verschillende resultaten oplevert in de celwanden van verschillende soorten bacteriën vanwege hun verschillende structuur. Grampositieve bacteriën houden de kleurstof vast en gramnegatieve doen dat niet.
  • celmembraan - Een dubbele lipidelaag.
  • cytoplasma
  • DNA - Het DNA van bacteriën vormt een gesloten lus en wordt niet omringd door een kernmembraan (of kernenvelop), daarom zijn bacteriën prokaryote cellen ("voor de kern" in het Grieks). In de cellen van eukaryote organismen vormt DNA echter geen gesloten lus en wordt het omringd door een kernmembraan. Mensen zijn opgebouwd uit eukaryote cellen.
  • plasmide - Een klein DNA-molecuul in de cellen, dat fysiek gescheiden is van het chromosomale DNA en zich onafhankelijk kan vermeerderen. Het komt meestal voor in bacteriën als circulair DNA-molecuul.
  • cilium - Een dunne, buisvormige proteïnestructuur. Sommige cellen hebben enkele honderden cilia. Hun primaire functie is de hechting aan vaste oppervlakken of aan andere cellen. Sommige soorten cilia dienen ook voor de voortbeweging.
  • flagel - Een lange proteïnestructuur die voor de voortbeweging van de bacterie dient.
  • pilus - Een aanhangsel op bepaalde gramnegatieve bacteriën, dat langer dan een cilium is. Ze dienen voor bacteriële conjugatie, dat wil zeggen, ze verbinden twee bacteriën voor de overdracht van plasmiden.

Het genetisch materiaal van prokaryote cellen bestaat uit een enkel, cirkelvormig chromosoom dat niet door een kernmembraan van andere delen van de cel wordt gescheiden.

Deze eenvoudige cellen bevatten ook geen door een membraan omgeven organellen of een cytoskelet. Het cytoplasma is omgeven door een celmembraan, dat op zijn beurt wordt bedekt door een polysaccharide- en peptidecelwand die externe bescherming biedt aan de cel. Prokaryote cellen kunnen één of meerdere aanhangsels hebben, die uitsteken vanaf het oppervlak. Daarbij kan het gaan om cilia, flagella (zweephaartjes) of pili (trilharen).

De bacteriën (voorheen Eubacteria genoemd) en de Archea zijn de twee belangrijkste groepen prokaryoten.

Eukaryote cel

  • eukaryote cel
  • kern - Bevat chromatine, een complex van DNA en eiwitten. Cellen van dieren, planten en schimmels zijn eukaryoot, dat wil zeggen dat ze een kern bevatten omsloten door membraan. Prokaryotische cellen (bacteriën) hebben geen membraan-gebonden kern, het DNA ligt in het cytoplasma.
  • mitochondrium - De energiecentrale van de cel: het produceert ATP door het afbreken van organische moleculen. ATP is het primaire energie-overdracht molecuul in de cel.
  • celmembraan - Een lipidemembraan dat de cel omsluit.
  • cytoplasma
  • endoplasmatisch reticulum - Een complex, onderling verbonden netwerk van membranen in de cel. Het speelt een belangrijke rol bij de eiwitsynthese, eiwitbewerking, vetsynthese en het afbreken van bepaalde stoffen.
  • golgicomplex - Speelt een belangrijke rol in eiwitverwerking.
  • blaasje - Stoffen in de cel worden getransporteerd verpakt in membraan belletjes of blaasjes. Een soort blaasjes is het lysosoom, waarin bepaalde stoffen worden verteerd en afval wordt afgebroken.
  • cytoskelet - Speelt een belangrijke rol in de positionering en beweging van blaasjes en organellen, en biedt dierlijke cellen - die geen celwanden hebben - structuur en vorm.

Eukaryote cellen hebben een echte celkern, wat wil zeggen dat het genetische materiaal door een membraan is omgeven. De celkern bevat verschillende lineaire chromosomen.

Deze cellen bevatten naast de kern ook door een membraan omgeven celorganellen. De belangrijkste hiervan zijn de mitochondriën en de chloroplasten, waarbij de laatste specifiek zijn voor plantencellen.

Het endoplasmatisch reticulum, dat met de celkern verbonden is, speelt ook een belangrijke rol in de cel: hier vindt de eiwitsynthese plaats.

Het cytoplasma van alle eukaryote cellen is omgeven door een celmembraan, maar alleen planten- en schimmelcellen hebben een celwand.

Eukaryoten worden gewoonlijk ingedeeld in vier rijken: eencellige eukaryoten (protozoa), schimmels, planten en dieren.

Gerelateerde items

Bacteriën (kokken, bacillen, spirillen)

Bacteriën komen voor in heel wat verschillende vormen, waaronder bolvormige, staafvormige en spiraalvormige bacteriën.

Dierlijke en plantaardige cellen, organellen

Eukaryotische cellen bevatten talrijke organellen.

De Zwarte Dood (Europa, 1347-1353)

De bacteriële ziekte die bekendstaat als de pest is één van de meest dodelijke infectieziekten uit de menselijke geschiedenis.

DNA

Drager van genetische informatie

Euglena viridis

Een eencellige die in zoetwater leeft. Ze kan zowel autotroof als heterotroof functioneren.

Grote amoeba

Een heterotrofe protist die in zoet water voorkomt. De vorm ervan verandert voortdurend.

Pantoffeldiertje

Een eukaryotische eencellige diersoort die in zoetwateren algemeen voorkomt.

Added to your cart.